Paasvee deel Schager historie

SCHAGEN - Schagen heeft al ruim een millenium een centrumfunctie in de regio, al kreeg het stadje ‘pas’ in 1415 stadrechten. In 1463 mocht Schagen iedere week een markt houden, plus twee jaarmarkten. In 1603 kwam daar het recht op een jaarlijkse paardenmarkt bij. Vergeleken bij deze historie is de ‘jaarlijkse Paaschtentoonstelling van vee’ nog maar een jong evenement. In 1893 is de eerste gehouden onder de vlag van de ‘vereeniging’ en komende woensdag 21 maart is de 120e editie.
1978 is een gloriejaar voor fokker/mester Jan Hulsebosch. John Hulsebosch junior staat op de voorgrond met de kampioen stier. (Foto: Honderd jaar Paasvee in Schagen)
Door: Hans van der Lee

Dat de paasveetentoonstelling pas later deel uit ging maken van het Schager marktritme, heeft wellicht te maken met het feit dat de stad niet echt profiteerde van de welvaart in de Gouden Eeuw. De stad en de ommelanden werden getroffen door overstromingen. Pas na de inpoldering van het gebied om Schagen en de aanleg van de spoorlijn in 1865 kwam de stad weer tot bloei.
Paasbest

De weekmarkt tien dagen voor Pasen bleek altijd al populairder dan de reguliere markt. Tegen het einde van de vastenperiode groeide de belangstelling van het katholieke gebied om het feest van de wederopstanding te vieren. De markt werd dan ook drukker bezocht om inkopen te doen. Boeren kwamen met hun beste vee naar de markt, slagers vroegen extra aandacht voor hun waar. Het vee werd zelfs op z’n paasbest gepresenteerd. Veehandelaar H. De Leve in Purmerend richtte in het Noordhollandsch Koffiehuis aan de Gedempte Gracht (in december 1946 afgebrand) met een aantal collega’s op 14 maart 1893 de ‘Vereeniging tot het houden van een Jaarlijksche Paaschtentoonstellingen van Vee te Schagen’ op. Twee weken later was de eerste paasveetentoonstelling een feit.
Met de speciale markt werd extra aandacht op het vee en de andere producten van de boeren gevestigd. Slagers en boeren gingen samenwerken en er ontstond competitie. Daarop werd de veekeuring in het leven geroepen, die tot op de dag van vandaag jaarlijks wordt gehouden. Het aanbod veranderde daardoor van vetgemest melkvee naar speciaal voor de markt gefokt vee.
Mond- en klauwzeer

In 1993 werd het eeuwfeest van de tentoonstelling gevierd en Volkert J. Nobel schreef een boekje, waarin de geschiedenis is opgetekend. Dat boekje is inmiddels niet meer te krijgen, maar journalist Peter Zethoven schreef in samenwerking met de jubileumcommissie van de paasveeorganisatie een nieuw terugblik, dat inmiddels in de boekhandel ligt. Overigens bestonden in 1993 in Nederland nog tien paasveetentoonstellingen. De mond- en klauwzeercrisis van 2002 maakte aan de meesten een einde. Nu wordt behalve in Schagen alleen in Rhenen nog een tentoonstelling gehouden. De diergezondheidsregels maakten het de organisaties praktisch onmogelijk. Overigens is de editie in Rhenen puur op het vee gericht en wordt de tentoonstelling in een manege gehouden.
De opmerkelijke verzameling dikbillen die sinds de zestiger jaren jaarlijks in Schagen te bewonderen zijn, verschenen pas nadat in de veeartspraktijk een belangrijke stap was gemaakt: keizersneden waren mogelijk. Daardoor konden fokprogramma’s worden aangepast, om tot de vleesrijke dieren te komen. Onomstreden was deze ontwikkeling niet en ruim dertig jaar geleden zwollen protesten aan. Aanleiding was een schandaal rond het middel clenbuterol (dat vlees minder vet maakt) en groeihormonen. De dikbillen zijn gebleven, tot op de dag van vandaag. Op de site van de paasveeorganisatie staat meer over de geschiedenis van het evenement.
Artikel geplaatst op: 19 maart 2018 - 11:52

Gerelateerd

Delen