‘Kampioensleverancier’ zweert bij eigen opfok
Jan Willem Spronk mest voor Arie Klaver

ZOETERWOUDE - De kampioenen die slager Arie Klaver vorig jaar op de paasveetentoonstelling presenteerde, kwamen van vleesveehouderij Spronk in Zoeterwoude. Die heeft een succesrecept voor mooi en lekker vlees: eigen opfok. “We fokken zelf, houden alles aan en mesten zelf af”, vat Jan Willem Spronk (28) zijn aanpak samen.
Het gezelschap van Spronk hoort de uitslag: Kampioen. (Foto: aangeleverd)
Door: Hans van der Lee
Spronk kon zijn geluk vorig jaar niet op, toen bleek dat Klaver met de dikbillen van Spronk de kampioen en de nummer twee leverde op de tentoonstelling. “Dat gebeurt vast nooit meer”, verzucht de vleesveehouder. Toch doet Klaver weer mee, met vee van Spronk. “Je weet tenslotte nooit, iedere slager en mester denkt dat hij met de beste komt.”
Het gaat Spronk wel degelijk om de prijs, maar het blijft volgens hem een sport. “Mijn opa deed het ook al, ik vond laatst een beker terug van 1955. Zo’n keuring is een prachtig feest en je spreekt je collega’s, bent weer op de hoogte en het is ontzettend gezellig. Wat dat betreft is het jammer dat er nog maar twee paasveetentoonstellingen zijn.”
Spronk is al weken bezig met de dieren die naar Schagen komen. Hij traint ze, zodat ze rustig zijn tijdens het showen in Schagen. “Je wil tenslotte geen ongelukken met die beesten.” Ondertussen houdt hij goed in de gaten of een dier ‘rijp’ is. “Het is net als een appel. Pak je een mooie appel die nog niet rijp is, dan valt de smaak tegen. Dat is met vleesvee precies zo. Je kunt voelen en zien wanneer slachtvee af is, wanneer het vlees op zijn lekkerst is. Dan kun je pas slachten.”
Liefde
Spronk fokt en mest naar eigen zeggen met passie. “Je moet liefde voor het vak hebben. Het is hard werken, zeven dagen in de week. Dat is een keuze, het is een mooi vak.” Voer en leefomstandigheden spelen daarbij een cruciale rol. “We hebben in overleg met de voervertegenwoordiger een eigen rantsoen samengesteld, waarin alleen natuurlijke producten zitten. We hebben geduld, het moet vanzelf gaan. Je moet niet jagen, want dat gaat ten koste van de smaak.”
Dikbilkalveren komen in de regel met de keizersnede ter wereld. Dat is niet natuurlijk, maar volgens de fokker wel diervriendelijk. “Het is een half uurtje werk voor de veearts en terwijl de ingreep wordt uitgevoerd, staat de koe rustig te herkauwen. Een keizersnede is bij dikbillen veel beter dan een natuurlijke bevalling. Dat is namelijk niet fijn voor de koe.”
Dat er ook slagers zijn die gestopt zijn met het slachten van dikbillen, kan Spronk zich toch ook voorstellen. Het is een keuze, die voor iedereen anders is, vindt hij. “Vlees van een dikbil is het lekkerste en zachtste vlees dat er in. Zeer fijn van draad. Betere kwaliteit is er niet. Maar als een slager meent dat klanten een voorkeur hebben voor een ander dier, dan is daar ook een koe voor. Het is alleen heel ander vlees, je kunt het niet vergelijken.”
Artikel geplaatst op: 19 maart 2018 - 08:54

Gerelateerd

Delen